In de praktijk blijkt echter ook dat de inburgering hoge eisen stelt aan mensen, waardoor ze hier niet aan beginnen. Toch willen veel mensen uit deze groep wel Nederlands leren. Zodat zij zichzelf beter kunnen redden. Zodat zij een praatje kunnen maken met de buren en zonder begeleiding naar de school van hun kinderen of de huisarts kunnen gaan. Dat vraagt om een taalprogramma dat direct aansluit op dat wat ze in hun dagelijkse leven tegenkomen.
Voor deze groep mensen heeft de gemeente Den Haag het project ‘Taal in de Buurt’ ontwikkeld: praktisch en vraaggericht taalonderwijs, dat zoveel mogelijk uitgaat van de gebruikers. De taallessen worden door professionele krachten gegeven bij de mensen ‘om de hoek’: in buurthuizen, vader- en moedercentra, gebedsruimtes, bibliotheken, sportzalen of scholen. Taal in de Buurt is dus heel laagdrempelig.
Het is de bedoeling dat jaarlijks tenminste 500 mensen deelnemen aan Taal in de Buurt. Om dat te kunnen bereiken werkt de gemeente nauw samen met maatschappelijke organisaties.
Zij zijn in staat om deze vaak moeilijk bereikbare groep te lokaliseren en te mobiliseren.
In deze nota leest u op welke manier invulling wordt gegeven aan Taal in de Buurt.